De ICT pocket
 
Techinfo ICT pocket
ICT pocket

De ICT pocket, ook wel het groene boekje van de ICT genoemd heeft NetCare speciaal voor u samengesteld. Onze branche kenmerkt zich door vele begrippen en afkortingen.

Dit boekje geeft meer inzicht in deze termen en begrippen. 

U kunt de ICT pocket ook in boekvorm bestellen door een mailtje te sturen naar sales@netcare.nl

Begrippen met de letter N , u kunt zoeken met CTRL-F

  • N-ISDN = Narrowband ISDN: same as ISDN
  • NAC = Network Access Concentrator
  • NADS = National Digit Shapes Substitution; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • NAE = Netware Application Engine, Netware runtime module die door toevoeging NLM dienst kan doen als Gateway, Router, netwerkbeheersysteem
  • Nailed-up Connection = emulates a leased line connection even though the physical line is a dial-up connection
  • NAK = Negative acknowledge, signaal bij falen bij datacommunicatie; zie ook ACK
  • Namespace = gedefinieerde set variabelen, functies of tags binnen een programma; voorkomt dat b.v. een verkeerde variabele wordt gebruikt; wordt ook gebruikt voor elementen in een XML-document
  • NAND-Flash memory = geheugen gebruikt in oa USB-sticks, in vergelijking met NOR: snellere wistijd, goedkoper, niet geschikt voor random access, wel voor lezen en schrijven van blokken zoals bij diskdrive; zie ook NOR-Flash, memory
  • NAP = Network Access Provider: another name for the provider of networked telephone and associated services, usually in the U.S
  • NAS = Netware Access Server, vraagt de validering van een logon aan een Authorisation server
  • NAS = Network Attached Storage, netwerkopslag, harddisk met ethernetaansluiting
  • NAT = Network Address Translation, voorziening om meer computers op 1 IP-adres te gebruiken, RFC 1631; zie ook PAT
  • NAT-T = NAT-Transversal, provides a way for two computers to detect the presence of one or more NAT device between them
  • NBP = Name Binding Protocol, protocol van Apple voor de conversie van netwerknamen naar socket-adressen
  • NBP = NetBIOS Protocol, netwerk van 3Com
  • NBS = Netwerkbesturingssysteem
  • NC = Networking Computer; ook bekend als Web-pc
  • NCD = NanoChromics Display; techniek van Ntera voor digitale beeldscherm; kijkhoek zeer groot; zeer laag energieverbruik, beeld blijft staan als stroombron wegvalt
  • NCP = NetWare Core Protocol, interface tussen transport layer en hogere layers van NetWare
  • NCP = Network Control Protocol
  • NCPA = Network Control Panel Applet, module voor Windows regelpaneel
  • NCQ = Native Command Queuing; commando-interface bij sata-2 harddisk; zie ook sata
  • NDAC = Not Data Accepted, signaal bij IEEE488
  • NDAS = Network Direct Attached Storage; technologie van Ximeta waarmee externe harddisk direct aangesloten kan worden op een Ethernet netwerk
  • NDIS = Network Drive Interface Specification
  • NDR = Network Data Representation, formaat voor paprameternotatie bij DCOM
  • NDS = Novell Directory Services, programma voor beheer van netwerk
  • Nest = systeem van Novell voor netwerk via lichtnet
  • Net-dde = DDE via netwerk
  • NetBeans = ontwikkelframework voor Java
  • NetBEUI = NetBios Extended User Interface, netwerkprotocol van IBM
  • NETBIOS = netwerkbios van IBM, interface tussen sessielaag en prestatielaag in het OSI-model; zie ook BIOS
  • Netbook = Kleine notebook, speciaal voor eenvoudige taken als tekstverwerken, email en bladeren op internet
  • NetBT = NetBIOS over TCP/IP
  • NetCare = Organisatie die DE oplossing verzorgt voor ICT vraagstukken. www.netcare.nl
  • NetSuite = door standaardisatie worden de kosten van infrastructuur verlaagd door dit in behapbare bouwblokken op te delen dit niet ten koste hoeft te gaan van flexibiliteit. De kleine “snijverliezen” die hierdoor optreden worden ruimschoots gecompenseerd door de voordelen.
  • NetWare = netwerkbesturingssysteem van Novell
  • Netwerk = koppeling van meer computers
  • NeWS = Network Extensible Window System, GUI van Sun
  • NEXT = Near End CrossTalk, the interference between pairs of lines at the telephone switch end
  • NextStep = besturingssysteem van Next (Steve Jobs)
  • NFC = Near Field Communication, techniek voor draadloze communicatie tussen allerlei apparatuur, zoals zaktelefoons, digitale camera's en draagbare computers; werkt in 13,56 MHz band
  • NFO = Extensie voor Info-bestand; wordt o.a. gebruikt in nieuwsgroepen
  • NFR = Near Field Recording, opnametechniek voor DVD; opslagcapaciteit tot 100 GB
  • NFS = Network File System, a distributed file system network protocol developed by Sun Microsystems
  • NGIO = Next Generation I/O, schaalbaar systeem voor snelle verbindingen voor servers, centrale deel is HCA
  • NGSCB = Next Generation Secure Computing Base; onderdeel van Windows Vista dat stukken geheugen afschermt; maakt gebruik van TPM; zie ook TPM
  • NGWS = Next Generation Windows Services, heet nu .NET; zie ook .NET
  • NIAS = Novell Internet Access Server
  • NIB = NeXT Interface Builder, resourcebestand van NextStep
  • Nibble = 4 bits
  • NIC = Network Interface Card
  • Nieuwsgroep = discussiegroep op internet; zie ook Usenet, NNTP
  • NIK = Netwerk Interface Kaart
  • NLA = Next Level Aggregator; instantie die sub-adressen uitgeeft bij IPv6, 32 bits; zie ook TLA
  • NLM = NetWare Loadable Module, programma voor een Novell netwerk
  • NLP = Natural Language Processing
  • NLPID = Network Layer Protocol ID
  • NMS = Network Management Server; controleert de agents in een snmp-netwerk; zie ook snmp
  • NNI = Network-Network Interface, interface protocol bij ATM; zie ook ATM
  • NNTP = Network News Transfer Protocol, op Usenet gebruikt protocol voor het volgen van en deelnemen aan discussiegroepen
  • Node = aansluitpunt of knooppunt in een netwerk
  • NODS = Nominal Digit Shapes; Unicode control code; zie Unicode Standard
  • NOR-Flash memory = geheugen gebruikt in oa BIOS; zie ook NAND-Flash, memory
  • NORA = IT architectuur framework dat door de Nederlandse overheid wordt gebruikt om de e-overheid inhoudelijk sturing te geven.
  • NorthBridge = schakeling tussen processor en geheugen; zie ook SouthBridge
  • NOS = Network Operating System, b.v. NetWare van Novell
  • Notebook = draagbare computer, ongeveer ter grootte van een A4
  • NOVRAM = Non-Volatile RAM, combinatie van SRAM en backup batterij
  • NPAPI = Netscape Plugin Application Programming Interface; architectuur voor browser-plugins; wordt in de meeste huidige browsers toegepast
  • NPC = Non Playing Character, figurant in een computerspel
  • NRFD = Not Ready For Data, signaal bij IEEE488
  • NRZI = Non Return to Zero Inverted, methode voor het coderen van data waarbij alleen de overgangen tussen 0 en 1 worden gebruikt
  • NSAPI = Netscape Server Application Programming Interface
  • NSP = Native Signal Processing, microprocessor met aanvullende code voor de verwerking van audio en video
  • NT = New Technology, merknaam van Microsoft voor 32-bits versie van Windows
  • NT = Network Terminator, aansluitkastje bij ISDN; zie ook ISDN
  • NTE = Network Termination Equipment: the equipment at the ends of the line
  • NTFS = New Technology File System, indelingssysteem voor harddisks
  • NTLM = NT Lan Manager
  • nub = term van Microsoft voor TOR, code voor beveiliging operating systeem; zie ook TOR
  • Nubus = systeembus van Texas Instruments, gebruikt in de Macintosh II en IBM PS/2
  • NUC = NetWare UNIX Client, Software that allows a UnixWare system to behave as a recognized client to NetWare software
  • Nucleus = kern van een besturingssysteem, ook genoemd kernel
  • Nurbs = Non-Uniform Rational B-Splines, wiskundig model om complexe driedimensionale geometrie te kunnen beschrijven, wordt gebruikt bij CAD-systemen
  • NUT = multimedia container format for storage of audio, video, subtitles and related user defined streams; patent-free
  • NV Cache, nv-cache = Non Volatile Cache; disk met combinatie van harddisk en flash-geheugen
  • NVRam = Non-Volatile RAM, aanduiding voor geheugen dat inhoud ook bewaart zonder spanning, zoals EPROM
  • NVT = Novell Virtual Terminal, applicatie om via DOS op een Novell netwerk te komen
  • NWLink = Microsofts benaming voor IPX/SPX; zie ook IPX
  • NX = No Execute; scheidt de geheugenruimtes voor opslag en instructies van elkaar, zodat kwaadwillende hackers niet via een buffer overflow het systeem kunnen overnemen; zie ook XDB Nym = alias = alternatieve naam

 

 
Contact
Neem nu contact op:
0492-430100
Contactformulier
Email


Het groene boekje
 
Print Informatie aanvragen Terug
  Copyright Netcare 2012 - Privacy Policy - Disclaimer